Piet Kramer

Piet Kramer studeerde natuurkunde aan de Vrije Universiteit. Na zijn promotie is hij werkzaam geweest bij Philips Natlab. Eerst als hoofd van zijn onderzoeksgroep Optische Opnametechniek (die aan de wieg stond van de CD) en later als adjunct-directeur. Hierna is Kramer nog enige tijd werkzaam geweest als directeur van de volledige afdeling research bij Philips. Thans is hij gepensioneerd. Piet Kramer is bovendien na zijn pensionering voorzitter van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid geweest

Interview met Piet Kramer in Eureka, april 2008, nr 21

De CD is onmisbaar in het huidige leven. Muziek, data, films, alles staat op deze schijfjes. Het is echter pas 26 jaar geleden dat de CD is uitgevonden. Uitvinden is hier een verkeerde term. Aan het ontwikkelen van de CD heeft een gigantische hoeveelheid mensen meegewerkt. Sterker nog, er is niemand die alleen verantwoordelijk is geweest voor het ontwikkelen van een gedeelte van de technologie achter de CD. Als er echter iemand is geweest die met zijn neus bovenop het ontwikkelproces heeft gezeten was het Piet Kramer.

In hoeverre heeft u de ontwikkeling van de CD van dichtbij meegemaakt? Ik heb het grootste gedeelte onder mijn ogen zien gebeuren. Er was destijds een afdeling van Philips die zich bezighield met educatie. Voor de talenpractica van deze afdeling werden cassettebandjes gebruikt, maar er was behoefte aan een nieuw medium. Cassettebandjes hebben het nadeel dat je moet spoelen om van de ene locatie op het bandje naar de andere te komen. De afdeling wilde niet alleen geluid, maar ook beeld en dat op een kleine schijf, zodat je niet hoefde te spoelen. Een eenvoudige opgave, niet waar? De opdracht kwam bij mij en mijn groep terecht, want het was duidelijk dat er een hoop optiek voor nodig zou zijn. Op zo’n plaat wil je flink wat informatie kwijt en het uitlezen kon zodoende niet meer met een naald zoals bij de grammofoonplaat. Het eerste idee dat we hebben verkend was het vastleggen van beelden door middel van een plaat met daarop losse videobeeldjes, zoals bij een diafilm, maar dan in een spiraalvorm. Als je echter naar een massaproduct wilde zat je hiermee in de nesten. Het grote nadeel was namelijk dat deze videoplaat erg gevoelig was voor stof en krassen en dus niet goed in contact vermenigvuldigd kon worden. Er is toen het idee gekomen om het niet beeldje voor beeldje te doen, maar met een elektronisch videosignaal. Dit concept bestond immers al bij de televisie. Hier stuitten we jammer genoeg ook op problemen. Om het videosignaal uit te lezen had je een gigantische hoeveelheid licht nodig. We hadden destijds de beschikking over de sterkste lamp van Philips, maar nog steeds bleken we last te hebben van statistische ruis. De videobeelden die we in die tijd te zien kregen zaten vol sneeuw.
Achteraf was het natuurlijk wel een beetje onnozel dat we het op die manier geprobeerd hebben. We zijn vervolgens overgestapt op een laser. De goedkoopste laser kostte in die tijd nog vijfduizend gulden. Dit gaf wel een gevoel van verslagenheid. We wilden immers het product als een huiskamerapparaat introduceren, niet als een apparaat van duizenden guldens.

Had u dan nog wel vertrouwen dat het ooit een huiskamerapparaat zou worden? Het vertrouwen was er zeker. Om een demonstratiemodel te maken mag je het eigenlijk zo gek maken als je wilt. Je wilt alleen maar laten zien dat het werkt. Op den duur moet het echter wel beter gaan. CD’s werden bijvoorbeeld aanvankelijk gemaakt in een compleet stofvrije kamer. Wij werkten ook met optische tafels van een twee meter dikke laag graniet, om zo min mogelijk last te hebben van trillingen. De CD was op dat moment nog mijlenver verwijderd van een product. Zulke dingen moet je in het begin gewoon doen, later blijken deze problemen zichzelf vaak op te lossen. Dit was het geval met de laser. Deze is gelukkig steeds goedkoper geworden. Er moesten nog wel verscheidene stappen naar massaproductie worden gemaakt. Dit gaat vanzelf door de concurrentie. Concurrerende bedrijven zitten elkaar steeds achterna met nog een dunnere, nog een lichtere of nog een goedkopere CD-speler. Dat gedrag zie je in het begin helemaal niet, je bent allang blij dat het werkt. Op dat moment moet je het gewoon een kans geven, vooral een beetje optimistisch zijn en erop vertrouwen dat het wel zal lukken. Natuurlijk zouden we wel ietsje verder moeten gaan. Die educatie was natuurlijk wel een aardig onderwerp, maar daar raakten we ook niet opgewonden van. Je kunt niet al die moeite doen voor een paar cursussen. Het moest een veel breder product worden.

Hoe heeft de CD zich vervolgens verder ontwikkeld? Dat ging geweldig. In drie jaar hebben we de zaak lopend gekregen. Tijdens een persconferentie werd uiteindelijk het principe getoond en er werd besloten dat Philips de CD op de markt zou gaan brengen. In de loop van de tijd kwamen mensen van buiten de research zich met het proces bemoeien. Ook moest er onderhandeld worden over een internationale standaard, anders krijg je tien soorten spelers en tien soorten platen. Dat koopt natuurlijk niemand. Wij hadden al een dergelijke strijd achter de rug met de videorecorder, destijds waren er vier verschillende systemen, dus de schrik zat er goed in. Er is gekozen voor een samenwerkingsverband met Sony. Als het gaat om een standaard moet je zorgen dat je een partner hebt die sterk staat en iets te bieden heeft. Je moet namelijk 
wel een poosje samenwerken. Bij een dergelijk partnerschap is diplomatie heel belangrijk. Het is een kwestie van geven en nemen. Onderwijl moet je elkaar wel in de gaten houden, je blijft immers concurrenten. Aan de andere kant moet je wel goed samenwerken. Je moet niet vervelend zijn en de ander ook wat gunnen. Het was een vreemde mix. En het blijven verder natuurlijk Japanners, daar ga je ook niet mee naar het voetballen kijken. In die tijd was ik echter adjunct-directeur en zat ik er niet meer met mijn neus bovenop. Ik wist er natuurlijk nog wel van, maar ik was niet meer direct met de onderzoeksgroep bezig.

Vond u het jammer dat u meer leidinggevende werkzaamheden bent gaan verrichten? In zekere zin wel. Mijn werk bij de onderzoeksgroep was toch het aardigste. Als groepsleider zit je namelijk nog midden in het onderzoek. De mensen die onder je zitten doen interessant werk, waar jij je neus in mag steken. Je hoeft ook geen college te geven, zoals een professor, zodat je de hele dag vrij hebt om onderzoek te doen. Leidinggevende werkzaamheden zijn op zichzelf ook wel leuk, en promotie maken is natuurlijk nooit jammer maar achteraf gezien heb ik de beste tijd beleefd bij de onderzoeksgroep.

Hoe was het om bij een commerciële instelling te werken? Daar merkte je vaak maar weinig van. Je was natuurlijk wel met een product bezig, daar ben je je van bewust, maar verder was het bijna net zo vrij als op de universiteit. Je werd niet beoordeeld op het aantal patenten of publicaties dat je op je naam had staan. Het voordeel hiervan was dat mensen hun werk niet hoefden te verstoppen. Niemand zou snel, achter je rug om, een patent schrijven voor iets waar jij aan hebt gewerkt. Het was eigenlijk een fantastische werksfeer terwijl er ook hard gewerkt werd. Op de universiteit ben je ook meer op jezelf aangewezen. Je hebt natuurlijk wel mensen met wie je kunt praten, maar de verantwoordelijkheid voor het onderzoek is die van jou alleen. Niet dat ik daar iets tegen heb, zo bestaat dat gewoon, maar nadat ik was gepromoveerd bleek het werken in verbanden wel vreselijk leuk. Het verruimt je blik, en de dingen waartoe je in staat bent. Verder is een onderzoek bij een commerciële instelling natuurlijk veel concreter. Je laat een apparaat eerst werken en daarna ga je kijken hoe je het verklaren kan. Zo ging het bij de CD-speler ook: we zagen dat het werkte en de manier waarop bijvoorbeeld een signaal exact uitgelezen wordt hebben we daarna pas ingevuld. Bij een universiteit gaat dat juist andersom: eerst bedenken wat er gaat gebeuren en dit daarna testen. Ik vond dat concrete erg prettig. Het focusseert de aandacht.

Had u destijds de impact van de CD voorspeld? We hadden nooit kunnen vermoeden dat het zo’n groot medium zou worden. Je kunt  natuurlijk wel kleine gedeeltes voorzien. Je bent er bijvoorbeeld al snel achter dat het een informatiedrager is voor andere toepassingen dan muziek. Het was ook al vrij snel bekend dat je kunt werken met verschillende lagen, maar dat het zulke geweldige afmetingen zou gaan aannemen hadden we niet kunnen bedenken. En dat het zo goedkoop zou worden, dat verzin je ook niet zomaar. Het is eigenlijk heel gek dat de CD nu zo goedkoop is. Hij valt praktisch niet aan te slepen terwijl we onze oorspronkelijke videoplaat aan de straatstenen niet kwijt konden. Het was helemaal mislukt! Je kunt de ontwikkeling van de techniek vaak wel voorzien, maar niet de implicaties daarvan. Dit is trouwens wel heel bijzonder om in een mensenleven mee te maken. Het is ook leuk om mensen die jij nog hebt aangenomen een hand te geven als ze met pensioen gaan. Die mensen hebben hun hele leven aan zo’n project gewerkt en een heel mooie tijd gehad. Dat zijn enkele dingen waar je dan dankbaar voor bent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>