Aloys van den Berk – Blue Triangles


Vorige pagina Inhoudopgave Volgende pagina


De opdracht was eenvoudig: ‘Kies een kunstwerk uit de collectie en schrijf een tekst van maximaal één A4. En natuurlijk moet het ook over abstracte kunst gaan’. En deze laatste opmerking wordt gemaakt met het nu niet uitgesproken idee: de abstracte kunst moeten we echt verdedigen en verduidelijken!
Maar in de dagelijkse praktijk van een museumman of kunsthistoricus behoeft de voorstellingsloze kunst geen verdediging meer. Vandaag bezocht ik de Tefaf, al weer de 21ste editie van de internationale kunstbeurs in Maastricht waar moderne kunst, de kunst vanaf de Impressionisten en Van Gogh, zich heel vanzelfsprekend voegt tussen de klassieke Griekse beelden, de Boeddhistische tempelfragmenten, munten uit de tijd van Columbus of speren voor de visvangst uit Oceanië. Ook de abstracte kunst sluit zich in die enorme kunstbeurs daar goed bij aan. Maar gevoelsmatig is de aansluiting daarbij groter met bijvoorbeeld de versieringen op kano’s uit Oceanië of de boeddhistische tempelbeelden dan met de klassieke westerse schilderkunst die we bijvoorbeeld zien op schilderijen van groepsportretten uit de 17e eeuw. Dat is een merkwaardig gegeven. Abstracte kunst lijkt soms uit een ander segment van het denken en ervaren te komen, of aan te spreken, dan wat wij gewend zijn in de wat oudere kunst van het westen.
Voor kunstenaars, de werkelijke beoefenaren van de hedendaagse kunst, bestaan er nog maar weinig problemen rond de abstracte kunst. Veel vormen van de niet-figuratieve kunst zijn zo vanzelfsprekend geworden dat er heel wat toonaangevende kunstenaars zijn die zowel figuratieve als niet-figuratieve werken maken na, naast of door elkaar heen. Maar er is natuurlijk wel eerst honderd jaar ervaring opgebouwd met de niet-figuratieve kunst door kunstenaars en hun omgeving van critici, kunsthandelaren, verzamelaars en museummedewerkers. En de mogelijkheden, inhoudelijk of technisch, zijn voor kunstenaars zoveel groter geworden dat ook het woord ‘abstract’ in relatie tot kunst bijna onbruikbaar is geworden omdat het de oorspronkelijke lading niet meer dekt of kan dekken.

Terug naar de opdracht: kies een kunstwerk en schrijf er een tekst over.
Mijn keuze kon ik vlot maken doordat ik bij het zoeken in de website van de Yellow Fellow verzameling direct terecht kwam bij een werk van Nieves Billmyer waarin ik een aantal voor mij boeiende herkenningspunten zag: het is haast monochroom (er is slechts één hoofdkleur, een vrij donker blauw, en het omringende wit is heel terughoudend) en de vormen waarmee het werk is opgebouwd lijken steeds dezelfde te zijn maar zijn het na een korte controle ook weer duidelijk niet! Met andere woorden, het lijkt een eenvoudig, overzichtelijk kunstwerk maar het is het niet. Er is een staand wit vlak dat flink en willekeurig wordt opgevuld door blauwe driehoeken die elkaar soms net even raken. Er zijn een klein aantal vormen waarvan mijn oude meetkundelessen, ooit in de vorige eeuw aangehoord, mij leren dat elk van de drie hoeken even groot is en dat de drie zijkanten ook gelijk van lengte zijn. Dan zijn er een flink aantal driehoekjes die symmetrisch zijn, d.w.z. twee hoeken zijn even groot en de derde hoek is afwijkend van formaat. Maar er zijn ook een stel blauwe ‘triangles’ waarin ik een rechte hoek zie, dus van 90 graden, en waarin de twee overige hoeken elk een andere grootte hebben.
Het lijkt dus gedaan met de rust in het schilderij, of beter de schildering, want het is gemaakt van acrylverf op papier en is dus in strikte zin geen schilderij. Toch is er ondanks al die totaal uiteenlopende blauwe driehoekjes die zowat het hele beeldvlak vullen geen chaos, er is eerder een beweeglijke harmonie, een rust in de beweging. Een harmonie die ook alleen in dit werk van Nieves Billmyer in de Yellow Fellow collectie voorkomt. Haar andere werken vertellen weer een heel ander verhaal met een geheel andersoortige beweging en spanning.
En dan is er nog een aspect wat dit werk voor mij aantrekkelijk maakt. Het is op papier en hanteerbaar door het formaat. Het is zo’n werk dat je samen met de kunstenaar (her-) ontdekt in een atelier en dat je triomfantelijk mee naar huis kunt nemen, opgerold in een stevige koker. Zo’n vondst waar je jaloers op bent omdat een andere verzamelaar je voor was maar waarvan je toch, doordat Stichting Yellow Fellow hun collectie doelbewust wil delen met een groot publiek, mag genieten.

Aloys van den Berk (1954) bibliothecaris en conservator, medewerker Van Abbemuseum in Eindhoven, Bonnefantenmuseum Maastricht, Krabbedans Eindhoven en Kunstlocatie Würth ’s-Hertogenbosch.


Vorige pagina Inhoudopgave Volgende pagina


 

Comments are closed.